Absurde humor.
In zijn vertrouwde betekenis is het absurde (van het Latijnse absurdus, ‘dissonant’) van meet af aan datgene wat in strijd is met de logica, met de rede, met wat het gezond verstand verwacht.
Deze manipulatie heeft het effect van het teleporteren van een stoel. Er verschijnt dan een fauteuil in Yulia's ruimte en verdwijnt tegelijkertijd uit een andere ruimte.
Ze zijn een koppel, het stereotype van een traditioneel koppel: de vrouw doet de afwas terwijl haar man televisie kijkt. De boze man schreeuwt en lijkt gewelddadig. Hij geeft zijn vrouw zonder enige reden de schuld van het verdwijnen van de stoel.
De vrouw lijkt moe en gewend aan de woede van haar man. Ze is ook bang voor hem en huilt om zijn woede.
Yulia geeft niet toe en schreeuwt nog luider dan de man.
Ze wordt weer vrolijk en regelt het huis op haar eigen manier. Ze maakt de televisie kapot, die blijkbaar een belangrijk voorwerp voor haar man was, en vervangt deze door bloemen.
Ze worden verliefd. We begrijpen dit aan de rode kleur van hun wangen, de enige kleur (samen met het rode hart van de eerste controller) in de zwart-witfilm.
De vrouw herwint haar vrijheid, verandert haar kapsel, dat ook een symbool is van mannelijke overheersing.
Open antwoord/debat.
We kunnen het begrip stereotypen bespreken, maar ook conformisme, wat het betekent en hoe het in de film tot uiting komt. Dit roept veel vragen op. Wat is de sociale invloed op ons gedrag? Waarom sociale normen respecteren? Niet opgemerkt worden? Om niet buitenspel te staan? Makkelijker integreren in een groep? Is het schadelijk voor anderen als we anders zijn en ons losmaken van de beperkingen van onze samenleving?
2- Hoe het absurde als proces bijdraagt aan het humoristische effect
Het werk bestaat uit het presenteren van de gekozen werken en het vergelijken ervan, het identificeren van wat ze samenbrengt en zo de mechanismen van het absurde naar voren brengen. De vergelijkende benadering verdient, wanneer toegepast op producties uit verschillende vakgebieden, enige hulp, maar opent interessante perspectieven voor het vakgebied van de kunstgeschiedenis.
De selectie heeft tot doel producties te verbinden die een zeer breed veld bestrijken, van klassieke werken tot de meest recente, van populaire cultuur tot zogenaamde ‘geleerde’ cultuur. Ze zijn zo gegroepeerd dat er verschillende “studierichtingen” worden geïdentificeerd, die op ad hoc basis kunnen worden aangepakt of kunnen worden geformuleerd in een langetermijncursus. Elk van de nummers gaat gepaard met een ‘workshop’, een tijd voor creatieve manipulatie waar kinderen de besproken concepten kunnen exploiteren.
De studie van werken moet, zoals altijd, gecontextualiseerd worden (auteur, periode, beweging, techniek, enz.). Bovendien is het, als het gaat om het zoeken naar de effecten van het absurde, belangrijk om vragen over gender en conventies bij kinderen ter discussie te stellen. In werkelijkheid is het bijvoorbeeld absurd om een dier te zien praten, maar in de context van het genre 'kinderverhalen' is het een geaccepteerde conventie die over het algemeen niet langer een absurd effect veroorzaakt.
- 1- De paradox
Ontmoeting van twee tegenstrijdige of niet-gerelateerde ideeën, in een compacte formulering waarbij vooral de humor van verrassing wordt beoogd.
Literatuur: fragmenten uit Alphonse Allais, “Gedachten, teksten en anekdotes” (Le recherche midi, 2000) of uit Eric Satie, “De redeneringen van een koppige man, gevolgd door Memoires van een geheugenverlies” (Voix d’encre, 2013).
Sculptuur: Salvador Dalí, “De Afrodisiacumtelefoon” (1938).
Grafische kunst: Jacques Carelman, “Catalogus van niet-traceerbare objecten” (1969).
Workshop: getekende variant van de surrealistische oefening van het “exquise lijk” (in tweetallen werkt ieder op de helft van het vel, de eerste strekt bepaalde lijnen van zijn tekening uit voorbij het scheidingsteken en vouwt het vel om zijn tekening te verbergen, de tweede moet opnieuw beginnen vanaf de uitstekende lijnen).
- 2- Het wonderbaarlijke
Absurde elementen volgen elkaar op om een wereld zonder referenten te construeren, die het primaire gevoel van verwondering over de dingen probeert te behouden.
Literatuur (poëtisch verhaal): Henri Michaux, “Ailleurs, Voyage en grande Garabagne” (1948).
Schilderij: Salvador Dalí, “Persistentie van de herinnering” (1931), René Magritte, “Het land van wonderen” (1964).
Bioscoop: Victor Fleming, “The Wizard of Oz” (1939) of Jean Cocteau, “Beauty and the Beast” (1946).
Workshop: beschrijf in verschillende tekeningen een reis die je je voorstelt vanuit het volgende scenario: "Bij het ontbijt zuigt je kom ontbijtgranen je naar binnen en word je in een ongelooflijke wereld gegooid. Beschrijf wat je daar ontdekt en je terugkeer. »
- 3- Inversie, de wereld op zijn kop
Hier wordt het absurde ontwikkeld en wordt zeer sterk verwezen naar het sociale kader, met een satirisch doel.
Grafische kunst: anoniem, “De omgekeerde wereld” (18e-eeuwse gravure), Mucem-collectie, zichtbaar op de website History in Images.
Literatuur (roman): Lewis Carroll, “Alice in Wonderland”, hoofdstuk VII, “Tea Among Fools” (1865).
Grafische kunst: selectie tekeningen van Gary Larson, delen I tot V (Dupuis, 1997-2002).
Workshop: schrijf een kort verhaal waarin je een dag op school ‘in omgekeerde volgorde’ beschrijft.
- 4- Onzin
Wanneer het absurde de logica ondermijnt, zonder een complex bijbedoeling.
Bioscoop: A. Astier, A. Kappauf, J.-Y. Robin, “Kaamelott”, afleveringen om uit seizoen 1 of 2 (2005) te kiezen.
Beeldende kunst: Roman Signer, videoperformances “Action kurhaus” (1992), “Kayak” (2000), “Punkt” (2006), “Old Shatterband” (2007), “Zwei schirme” (2009), online zichtbaar in een reportage van het Arte Tracks programma (januari 2015).
Literatuur (poëzie, performance): Christophe Tarkos, “Je inflate” en “Tambour et tombola” (1998), in “The record” (P.O.L. 2014), ook online beschikbaar.
Workshop: verknipte spreekwoorden. Uit een reeks spreekwoorden (of gedichten of hele korte fabels) die op grote vellen papier zijn gedrukt. We snijden ze in fragmenten die overeenkomen met grammaticale entiteiten, vervolgens mixen we deze fragmenten en stellen ze vrijelijk opnieuw samen om absurde bevindingen te verkrijgen.
- 5- Burlesk
De absurde mechanica richt zich hier op disharmonie (triviaal/hoog, eenvoudig/complex) en overdrijving, vervorming.
Literatuur (roman): Rabelais, “Gargantua” (1534).
Bioscoop: Laurel & Hardy, “The Battle of the Century” (1927), Buster Keaton, “Fridge Mover” (1922), “The Dismountable House” (1920).
Beeldende kunst: Saverio Lucariello, serie “Vanitas” (vanaf 1995).
Workshop: gebruik beeldbewerkingssoftware om een beroemd schilderij te verhullen/vervormen.
Educatieve activiteiten voorgesteld door Bruno Pellier.